De dood maakt geen geluid
Waar ben je
 
 
waar ben je?
jij
die op de hoge wolken reist
de zeeën drooglegt
stenen stapelt
voor een huis waarin
jij niet wilt wonen
jij
die speelt met vuur
vernietigt
wat je kreeg
waar ben je?
jij
die je handen wast
in het water van een drooggevallen beek
 
Photo & text © Sjaak Verboom
Eind augustus 2026 ben ik naar De Hoge Venen in België en naar Zuid-Frankrijk gereisd. Iedereen wenste mij een fijne vakantie maar het was geen vakantietripje, ik wilde naar de verbrande bossen.
Ik ben documentair fotograaf maar ik wilde geen documentair project maken van dit stille, grote drama.
Ik wilde daar zijn - voelen hoe het is het om in de woestenij van een verbrand bos te zijn terwijl de zon ondergaat. De nacht komt.
Nou, op zo’n plek is het vooral stil. Geen wild, geen insect, geen spinnetje kruipt over het mos. Er is geen mos meer.
De dood maakt geen geluid.
Weerman Peter Kuipers Munneke schreef in de NRC dat het zo stil bleef in de media en politiek na een zomer zonder weerga.
In de media wel veel emotie maar geen aandacht voor de oorzaken van deze catastrofe. “Je kon het idee krijgen dat het ons dit jaar allemaal gewoon overkwam,” schrijft hij.
Een economische schade van tientallen miljarden euro’s en zo’n 35.000 doden in Europa. Tienduizenden mensen die geëvacueerd moesten worden, dan hier, dan daar. Tsja, maar niet teveel over praten, het ligt allemaal nogal politiek gevoelig.
Voordat ik die avond de zon zag ondergaan in dat wat ooit een bos was, had ik me gewapend.
Op weg naar het zuiden was ik twee dagen in de kloostergemeenschap Taizé. Daar zat ik met mijn grijze kop vol dromen en zorgen tussen duizenden jongeren uit alle landen gewoon op de vloer van die vreemde plek. Er werd gezongen en gebeden voor vrede in het Frans, Nederlands, Oekraïens, Russisch, en in zoveel andere talen.
Nu maak ik teksten bij de foto’s die ik maakte. Het is een zoektocht. Misschien werkt het om met andere ogen te kijken naar wat we allemaal zagen gebeuren deze zomer.
De diepste grond
 
 
de zon wikkelde zich
in rouwkleed
de dag verdween in nacht
toen kwamen de paarden
vuurrood van kleur
de aarde beefde
en
de hemel scheurde
los van haar diepste grond
het zand werd glas
de hitte greep haar kinderen
nee
het is haar niet gelukt
hen te bewaren tot de oogst
voor jou
 
Er zijn opvallend weinig wijngaarden verbrand, deze zomer. Dat komt omdat er meestal een vrij brede strook wordt vrijgehouden rond de wijngaard. Daardoor kan het vuur de wijnstokken niet bereiken.
Bij het dorpje Mailhac trof ik deze treurnis.
Niet ‘gewoon’ dode planten. Wijnstokken lijken een soort waardigheid te hebben. Een grootsheid. Stokoud hout waaraan zomaar druiven gaan groeien. Druiven die worden verwerkt tot wijn die het hart verheugt.
En nu staan ze daar in de nacht bij het licht van de volle maan. Het zijn kadavers.
Apocalyptische gedaanten.
Eindeloze zomer van 2026, wat heb je ons toch te zeggen?
Photo & text © Sjaak Verboom
Gewichtloos zijn
 
 
hoe graag zouden we
als in de dagen van weleer
nog één keer
plezier maken
dansen met de wind
meegenomen worden
de herfstbladeren achterna
gewichtloos
vliegen
vallen
licht zijn
onbreekbaar
hoe graag hadden we
nog één keer
 
 
 
 
Deze verbrande struik kwam ik tegen in Zuid-Frankrijk. De takken die als handen in wanhoop naar de hemel reiken op het moment dat de vlammen hen grepen.
Het doet me denken aan het werk van beeldhouwer Zadkine, zijn ‘Verwoeste stad’ in Rotterdam als beeld van de gebombardeerde stad.
Photo & text © Sjaak Verboom
Liefdeslied
 
 
mijn lief
wat heb ik van je gehouden
zoals het ochtendlicht
over je kruinen streek
je zachte fluistering
in de wind
je gretig groeien
naar mij omhoog
en toen je je ontkleedde
voor mij
blozend in duizend tinten rood
mijn lief
wat lig je daar
dag en nacht heb ik de wind gevangen
voor jou
voor ons
en ook voor hen
waarom hebben ze mij dan zo gehaat dat jij moest sterven
In de bossen rond het dorpje Pouzols- Minervois valt het me weer op: er zijn hier geen vogels meer. Het enige geluid komt van de windmolen die zacht zoeft in het avondlicht. Het is raar, maar ik vind hem opeens moedig, die molen. Hij gaat maar door, alsof er niets gebeurd is om hem heen.
Alsof hij het niet ziet.
Maar misschien vergis ik mij, moet ik beter leren luisteren. Klinkt er een lied in dat zachte zoeven.
Ik ben aan het fotograferen als ik achter me de regelmatige voetstappen van een jogger hoor. Kort groeten we elkaar. Dan zie ik hem verderop verdwijnen - witte schoenen met zwarte zolen.
Photo & text © Sjaak Verboom
Op blote voeten
 
 
die braamstruik toen, waarom
verbrandde die niet terwijl
de vlammen eruit sloegen
kwam dat door die stem
kunnen woorden vuren doven
hier was het stil die dag
geen stem
die hem kwam redden
geen man op blote voeten
het hoofd gebogen
sandalen in zijn handen
in welk vuur klinkt nu weer eens stem
die mijn naam kent
mij aanspreekt
is het vuur nu zelf stem geworden
die spreekt
mij opdraagt
- doe de schoenen aan je voeten
en ga
- laat je wapens vallen
en vecht
- zoek naar oude woorden
en spreek
hij was alleen die dag
toen de vlammen
doelgericht
zijn hart opzochten
Ik weet niet hoe dit kan. Lopend en zoekend door de verbrande natuur in het zuiden van Frankrijk was dit de meest merkwaardige boom die ik heb gezien.
Er zat een groot gat in de stam een paar meter onder de afgebroken kruin.
Hoe blijft dit staan?
Is de zwaartekracht op dit stukje aarde plaatselijk opgeheven?
Soms zie je dingen die onmogelijk zijn waardoor je maar één ding kan doen: meer zintuigen open zetten dan een mens heeft.
Photo & text © Sjaak Verboom
Raak mij aan
 
 
raak mij aan
maak je handen zwart
lees je toekomst
in de lijnen
neem mij
verzaag mij
tot zwarte planken
voor je doodskist
sla spijkers
wat maakt het uit
ik ben
toch al gedood
Photo & text © Sjaak Verboom
Bloedrode maan
 
 
laat nu de nacht maar komen
alle mensen gevlucht
de bomen gedood
alle rubber gesmolten
de sterren gevallen
laat nu de nacht maar komen
en ook jij
bloedrode maan
Photo & text © Sjaak Verboom